Feuilleton voor de Jeugd
Wat vooraf ging
Lotus moet achterblijven in Madras, waar zij woonde bij een pleeggezin. Zij zou bij een bakker terechtkomen, die als erg onaardig bekend stond en dat wil ze niet. Ze vertrekt stilletjes in de nacht en haar vriendje, de aap Bobo, loopt met haar mee. In een stadje ziet ze een optreden van een jongen met een aap. Omdat Bobo inmiddels ook kleertjes aan heeft, denkt de jongen dat zij ook wil optreden en ze krijgen ruzie. Maar later maakt de jongen, die Anwer heet, het weer goed en trekken ze samen verder. En Anwer leert Bobo kunstjes. Zij geven een voorstelling met Anina en Bobo gaat koorddansen. Het gerammel van de muntjes in Anwers zak is een fijn geluid. Lotus en Anwer krijgen treinkaartjes en de apen maken er een gekkenboel van. Maar de conducteur is een aardige man en wordt niet boos. Hij kon er zelfs om lachen. Aan het einde van de reis worden Lotus en Anwer door hem uitgenodigd met hem naar zijn huis te gaan. Zij brengen daar de nacht door en gaan de volgende dag de stad in om voorstellingen te geven.
Leni Hof-Hoogland
De avonturen van Lotus,
een meisje uit India
Aflevering 18
Veel succes met het optreden maar
dan is Bobo plotseling verdwenen…
Even later gingen de kinderen van de conducteur naar school en Lotus en Anwer trokken er met de apen op uit. Het was druk in de stad. Op een plein-tje haalde Anwer zijn fluit voor de dag en de voor-stelling begon.
“Komt dat zien, komt dat zien”, riep Anwer. “Apen dansen op muziek!”
Verschillende mensen bleven staan en er kwamen er steeds meer bij.
Bobo kreeg Anwers muts en ging daarmee geld op-halen. Hij had geleerd dat hij netjes een buiging moest maken als iemand er iets in liet vallen. Het lukte gelukkig best. De mensen vonden het reuze leuk en iedereen die wat te missen had, deed wat in de muts.
Lotus en Anwer gaven die dag vier voorstellingen en toen werd het tijd om het huis van oom Jogindar weer op te zoeken.
“Weet je de weg nog wel, Anwer?”, vroeg Lotus. “Ik zou het zelf niet meer weten. We zijn zo veel straten in en uit geweest”.
Anwer had een goed idee.
“We zoeken eerst het station op”, zei hij. “Dan weet ik de weg wel weer.”
Ze vroegen de weg aan een voorbijganger. Het was nog een eind lopen naar het station. En toen ze het gebouw eindelijk hadden bereikt, kregen ze de schrik van hun leven. Bobo was weg! Wat nu?
Het begon al te schemeren en het zou snel donker zijn. Lotus begon verdrietig te snikken. Anwer troostte haar.
“We zullen hem wel weer vinden. Maar eerst gaan we naar oom Jogindar.”
Een beetje ongerust maakte hij zich wel.
“Waar kan dat malle beest nu zijn gebleven?”, mom-pelde hij.
Treurig sjokte het drietal naar oom Jogindar. De fa-milie zat al aan tafel.
“Hebben jullie een slechte dag gehad dat je zo treurig kijkt?” vroeg oom Jogindar.
Snikkend vertelde Lotus het slechte nieuws.
“Kom eerst maar eten”, zei tante. “Ik heb heerlijke vis met rijst. Dan zullen we straks wel verder zien.”
Het eten was heerlijk, maar het smaakte Lotus en Anwer niet, zo bezorgd maakten zij zich. Anina zat ook stilletjes te treuren. Zij miste haar vriendje Bobo. Zij was helemaal aan hem gewend geraakt.
Na het eten stond oom Jogindar meteen op.
“Kom mijn jongen”, zei hij tegen Anwer. “Wij tweetjes zullen het verloren schaap even gaan zoeken!”
“Mag ik niet mee?” vroeg Lotus verlangend. Maar oom Jogindar vond het beter van niet.
“Blijf jij maar rustig thuis en speel wat met Parel, meisje”, zei hij. “En maak je maar niet ongerust. Wij zullen Bobo wel vinden, al moeten we ook de hele nacht zoeken!”
Anwer vertrok met oom Jogindar en Parel haalde een spelletje voor de dag.
“Kom, Lotus”, zei ze. “We gaan fijn spelen. Ik vind het leuk om met een meisje van mijn eigen leeftijd te spelen.”
De andere kinderen deden ook mee, behalve de twee kleinsten, die door tante naar bed werden gebracht. Het spelletje was leuk, maar Lotus was er niet met haar gedachten bij …
(wordt vervolgd)